Behandelingsrichtlijnen


Vanzelfsprekend zijn er voor de behandeling van allergische aandoeningen diverse richtlijnen voor medisch beroepsbeoefenaren ontwikkeld. Ook de Wereld Gezondheids Organisatie, de WHO, heeft hieraan belangrijke bijdragen geleverd. Wat geven die richtlijnen aan? Je leest het kort samengevat hieronder.

De WHO Position Paper (1998) definieert specifieke immunotherapie als de enige causale therapie bij allergische aandoeningen van het zogenaamde directe type, zoals hooikoorts (allergische rhinitis), allergische conjunctivitis, etc. (IgE gemedieerde allergieën - zie ook onder medische classificatie van allergieën).

In het rapport 'Allergic Rhinitis and its Impact on Asthma' (ARIA), dat in samenwerking met de WHO is gepubliceerd, wordt immunotherapie een hoge effectiviteit toegeschreven, mits optimaal gedoseerd.
Bovendien 'verandert immunotherapie het natuurlijk verloop van allergische aandoeningen'. Het kan het optreden van nieuwe sensitisaties bij mono-allergische patiënten voorkomen. Bovendien is aangetoond dat immunotherapie het langetermijnrisico op de ontwikkeling van astma bij kinderen met rhinoconjunctivitis vermindert.

In de rechterkolom op deze pagina kunt u de ARIA guidelines downloaden.